Ze heeft vast een vent verstopt (deel 1)

Mensenkennis. Een flinke dosis. Dat krijg je gratis mee als je in een hotel in een grote stad werkt. Ik weet inmiddels op het eerste gezicht of iemand getrouwd is, en zo ja of dat dan ook met zijn medegast is. Trouwring, geen trouwring maar wel een witte band om de vinger, dat soort kleine details verraden een boel.
Ook het gedrag bij uitchecken zegt veel; als mensen met een wat verwilderde blik schichtig om zich heen kijken, wat met de voeten schuifelen en zo snel mogelijk weg willen, terwijl de koffers nét iets te vol zitten, dan weet je dat ze geen weerstand hebben kunnen bieden aan de verleidelijke flesjes, jasjes en anders moois op de kamer. Die inhoud zit inmiddels in hun bagage.
Als men tijdens het uitchecken al half buiten staat, dan is er meestal iets gesneuveld op de kamer, en durft of wil men dat niet melden. Alsof wij er nooit achter zullen komen.

Mevrouw Hoender echter bleef een raadsel voor me. Schuchter bewoog ze over de gangen van haar kamer naar de ontbijtzaal, waarbij ze zorgde dat zo dicht mogelijk bij de wanden bleef. Geen oogcontact, blik onafgebroken gericht op het sleetse tapijt. In de eetzaal zat ze in een hoekje geplakt, meestal gedurende wat langere tijd, voor zo’n fragiel vogelvrouwtje kon ze verrassend veel eten. Na het eten dook ze snel de trappen weer op naar haar kamer. In de tussentijd had ze werkelijk geen woord met wie dan ook gewisseld. Onzichtbaar, onhoorbaar, ze leek wel een geest.
Tot in het extreme wilde ze niemand tot last zijn. Zelfs haar kamer hoefden we niet schoon te maken. Prima, maar als je een gast in een hotel bent, vinden wij dat verdacht gedrag. Je bent hier om je te laten verwennen, je hoeft eens niet je eigen eten klaar te maken en je bed op te maken. Je handdoeken worden voor je gewassen en je kamer schoongemaakt. En als er dan 24/7 het bordje ‘niet storen’ op de deur hangt, dan worden we nieuwsgierig.
‘Maar mevrouw Hoender,’ had ik nog geprobeerd, ‘wilt u dan niet dat ik uw kamer schoonmaak?’
‘Nee dank me wel, lief kind. Hoeft echt niet.’ Ze had het afgeslagen alsof ik haar een oneerbaar voorstel had gedaan.
‘Uw bed opmaken, kussens even opschudden, dat slaapt toch veel lekkerder?’ was mijn laatste bod, maar ze had heftig met haar hoofd geschud, daarna was ze snel weg geschuifeld. Rare mensen, die hotelgasten.

Mia had een bijzondere verklaring voor het vreemde gedrag van mevrouw Hoender: ‘Vast een lekkere vent op haar kamer verstopt!’ Nu denkt Mia altijd aan mannen, maar ik kon me bij de zeventigjarige verlegen mevrouw Hoender echt geen minnaar voorstellen.
‘ Maar er komen van die rare geluiden uit haar kamer.’
‘ Hoe weet jij dat nou? Heb je staan luisteren of zo?’
Mia haalde haar schouders op en trok een scheef gezicht.
Ja dus.
‘Mia! Dat is toch niet netjes. Als de Bruin erachter komt (onze baas, kreng van een mens) dan vlieg je er uit.’
‘ Ja maar, zoiets geheimzinnigs móet wel lekker zijn. Ik bedoel als je zo iemand verborgen houdt.’
‘Doe niet zo idioot. Mevrouw Hoender heeft écht geen vent op d’r kamer zitten.’
Maar Mia bleef halsstarrig volhouden dat er meer aan de hand was met de schuchtere mevrouw Hoender. Waarom probeerde ik het überhaupt nog. We bleven echter nieuwsgierig.

Comment

There is no comment on this post. Be the first one.

Leave a comment