Wat wil je weten dan…

Met zweet in mijn handen parkeer ik de auto voor de deur. Klotezooi. Van file naar file. De eerste sneeuwvlok is nog niet eens gevallen of dit kloteland is volledig ontregeld. Gefrustreerd kauw ik nog eens op m’n kauwgom, waar de smaak al eigenlijk driehonderd kauwen van af is, en nu aanvoelt als een gebruikt condoom. Gadverdamme. Ik pak het overleden ding uit mijn mond en mik het naar buiten. De asbak is geen optie, die is weer eens overvol. Nee, ík rook niet, mijn nieuwe vriendje echter wel en die weigert categorisch ook maar enig onderhoud aan mijn auto te plegen. Wat ik erg kinderachtig vind. Zoals wel meer eigenschappen van hem. Anyway, hij is goed in bed zullen we het daar maar op houden?

De kauwgom is inmiddels met een natte klets tegen het glas aan geplakt. Of het raampje is niet ver genoeg open of ik heb wellicht net even te veel wijntjes op. Waarbij ‘wellicht’ en ‘net even te veel’ de understatements van de eeuw zijn. Ik peuter de grijzige klont van het raampje, zucht, rommel even op de grond en vind tussen alle zooi wat papier, een bon voor fout parkeren. Ik frommel m’n kauwgom in de bekeuring en smijt ‘m weer terug tussen alle andere troep. Het is maar goed dat er zelden iemand mee rijdt.

Ik bel aan, ondertussen de deur met afbladderende verf bestuderend op patronen. De inspiratie is tegenwoordig ver te zoeken dus ik grijp elke gelegenheid aan. Als er na één minuut nog geen teken van leven is, probeer ik het nog een keer en laat mijn vinger dit keer op de bel hangen. Ik hoor haar eerder dan dat ik haar zie door het smoezelige glas, zelfs ik krijg het benauwd van haar gerochel, veroorzaakt door decennia lang roken.
Petra doet uiteindelijk tergend langzaam de deur open, de eeuwige smeulende sigaret bungelend in haar rechter mondhoek. Haar mond hangt hierdoor wat scheef en het lijkt net of ze zojuist een lichte beroerte heeft gehad. Wat me niet zou verbazen gezien haar huidige levensstijl. Ze heeft haar ‘schrijf’ vest aan. Tien jaar geleden was het nog een soort van aandoenlijk maar nu er inmiddels meer gaten dan origineel materiaal in zitten, is het eigenlijk te sneu voor woorden. En buiten het feit dat ze er compleet mee voor schut loopt, het ding riekt behoorlijk. Zelfs zo erg dat het met gemak de concurrentie aankan met de permanente verschaalde rooklucht die als een donderwolk om haar heen hangt. Vind je het gek dat d’r vent op een goed moment de benen heeft genomen.

‘Doe ’s in het vervolg niet zo achterlijk,’ verwijzend naar mijn belscapade, ‘ben niet doof ofzo.’ Wat een pertinente leugen is, dat is ze wél. In ieder geval zwaar Oostindisch. De sigaret verhuist naar de linker mondhoek. Kijk mam, zonder handen.
Ze wuift me binnen, deinst achteruit als ik haar begroet. Ik vermoed dat de alcohol damp die om me heen hangt de oorzaak is. Dát ruikt ze dan weer wel!
‘Wilma komp nie.’ Één of ander vaag excuus over overwerk.’ Ze wappert weer met haar hand, waar ze nu haar sigaret in vasthoudt en dus vrolijk met as rondstrooit. Ze heeft het niet in de gaten.
‘Zal wel weer niet mogen van dinges, hoe-heet-ie, Mario. Die is net een superdetective sinds ie haar betrapt heeft met de buurman.’
‘Terecht,’ merk ik op, ‘met een seksverslaving als de hare neukt ze alles wat los en vast zit. Zelfs de palen van de schutting zijn niet veilig voor haar.’
Petra kijkt me nijdig aan.
‘Wat nou!’ probeer ik nog met schouderophalen, maar ik weet dat ik te ver ben gegaan: ‘Sorry,’ mompel ik nauwelijks verstaanbaar, anders blijft ze de hele avond niet te genieten, ‘we zijn hier inderdaad om te schrijven, niet om te roddelen.’
We zitten inmiddels aan de gammele keukentafel.
‘Koffie?’
‘Neuh, doe maar iets sterkers. Daar ben ik echt wel aan toe.’

Hoe anders hadden we ons toekomstige leven ingeschat. Tien jaar geleden zaten we nog vol enthousiasme, mooie vooruitzichten en een grenzeloze ambitie.
Nu, moeten we triest concluderen, is van die wilde dromen niet veel meer over. Ze bleken slechts hersenspinsels, weggesijpeld door de tijd. In onze verhalen resoneren ze nog enigszins, maar in een verbleekte versie. Niets in vergelijking met wat we bedachten hoe het ooit was, hoe het zou gaan worden.
Maar hoe ver we ook van onze realiteit af zijn, van onze hoop en dromen, hoever ons leven ook veranderd is, in goede óf slechte zin, één ding blijft. Hetgeen ons bindt, en altijd zal blijven doen.

Schrijven…

Comment

There is no comment on this post. Be the first one.

Leave a comment