Souvenirs en speeltjes (deel 2)

Please, please laat me winnen bid ik, maar tenzij ik op een compleet Mariabeeld stuit, acht ik de kans klein. Ik laat de sneue opmerkingen van Hans voor wat ze zijn en na het konijn afgeleverd te hebben bij Fred aan de receptie, ga ik weer aan de arbeid.

De buit van vandaag is magertjes, een knalrode lippenstift, waarvan ik weet dat ‘ie me toch niet staat, maar wel mee naar huis neem. En één of ander lullig souvenirtje, een porseleinen Amsterdammertje, waarbij het enige vreemde is dat het een hoofdstedelijke aangelegenheid betreft en wij ons in Den Haag bevinden.
Souvenirs komen per definitie niet in de kast; we kunnen onze eigen shop wel beginnen met al dat achtergelaten spul. Seksattributen idem, of ze moeten wel heel kinky en vunzig zijn.
Souvenirs en speeltjes hebben gemeen dat ze vaak in een opwelling worden gekocht, maar bij het vertrek slaat meestal de twijfel en de schaamte toe. Te kitscherig, of toch te pikant. Het wordt dan achtergelaten, weggemoffeld achter kussens of gordijnen.
Alsof we het daar niet zullen vinden.

Ik pak het souvenirtje op. Het bevindt zich in kamer 5. Hier verbleef een keurige zakenman. Een voorbeeldige gast; de kamer zag er altijd netjes uit, geen rondslingerend ondergoed en zo. Da’s altijd een bonus, dat vinden we namelijk heel erg prettig.
Ook de flesjes shampoo stonden nog keurig in het gelid, en niet in de koffer, net zomin als de handdoeken. Heel aandoenlijk stond er op het nachtkastje een foto van zijn vrouw en drie kinderen. Een echte gentleman dus.
Na het Amsterdammertje op mijn kar gezet te hebben begin ik aan een grondige schoonmaak. Ik ben van het ouderwetse stempel, dus poets, poets in plaats van veeg, veeg. Dus ook de plinten. En de vensterbanken. Onder het bed en in de laatjes. Oké dat laatste om te zien of er nog iets leuks is achtergebleven. En in één van de laatjes, onder de bijbel nota bene vis ik een foto op. Een röntgenfoto. Van onze zakenman, zijn naam staat erop.
Ik hou de foto tegen het licht om te zien welk lichaamsdeel nu zo fotogeniek is. De biologielessen van vroeger blijken nog te zijn blijven hangen, ik ontwaar het onderste stuk van de ruggengraat. Stuitbeentje, ga ik lijstje af. Bekken. Schaambeen.

Oh lieve heer!
Ik sta hier dus te kijken naar het rectum van onze oh zo keurige zakenmeneer. En dat is dus nog niet eens het ergste. Want wáárom de foto is genomen is ook ineens glashelder. Er zit iets ín het rectum. Wat te groot is geweest. En er dus niet meer uit wilde.
Jawel, het achtergelaten Amsterdammertje.
Enigszins smerig en in de maling genomen voel ik mij wel. Heb ik daarnet dat fallussymbool met blote handen opgepakt? Het liefst wil ik per direct mijn handen ontsmetten, wel vijf minuten lang.
Toch geloof ik dat ik met deze foto, inclusief bijbehorend voorwerp de heilige graal van de competitie te pakken heb.

Comment

There is no comment on this post. Be the first one.

Leave a comment