Souvenirs en speeltjes (deel 1)

‘Veel teveel kamers! Tafels, kasten vol met dat spul. Kunnen ze niet gewoon nog eens een keertje extra om zich heen kijken als ze hun hielen lichten?’
Kastdeuren worden woest open gegooid, de inhoud ondersteboven gewoeld. Deuren die kraken in hun voegen als ze weer worden dicht gesmeten. Hans gooit al zijn frustratie in zijn woorden en zijn handelen. Ik ben het inmiddels gewend, trek het me allang niet meer persoonlijk aan. Ook al ben ik degene die hem lastig valt met de vraag of hij soms Blauw tussen de gevonden voorwerpen heeft liggen. Want ergens in dit land is nu een kind ontroostbaar. Er volgen wat krachttermen als hij de inhoud van een overvolle kast over zich heen krijgt bij het openen.
‘Ook niet! Dat vervloekte konijn. Je zou toch denken dat die ouders wel beter…’
‘Ja, ja, schiet nou maar op. Dan kan ik ook weer verder.’ Ik wip van de ene voet op de andere. Reden voor mijn ongeduld is de deadline van onze competitie. Ik loop 1 punt achter op Hans en het zal me toch niet voor de derde keer op rij gebeuren dat hij er met de zege vandoor gaat.

Tsja, die competitie. Maandelijks houden wij een tweetal scores bij; wie vindt de meeste achtergelaten voorwerpen in het hotel en de meest gewilde, de eretitel: wie vindt het meest vreemde voorwerp.
Want er worden heel wat bizarre voorwerpen achtergelaten. Van teddybeer (niet zelden gevonden in de kamer van een zakenman) tot hasjpijp, van bowlingbal tot baksteen. Eerlijk. De wat minder interessante voorwerpen verdwijnen in een kast of een la, wachtend op een telefoontje om hun uit hun lijden te verlossen. Wat overigens zelden gebeurt.
Het meest idiote voorwerp krijgt een plaatsje in onze trofeeën kast, u weet wel, zo’n ding dat ook in overjarige sportkantines hangt. Onder vermelding van de naam van de eerlijke vinder. Er ligt onder andere al een schedel (vondst van Hans), een opgezette haan (de mijne) en een sluier. Omdat de volledige bruidsjurk niet in de kast paste. Echt waar.
Het gaat voornamelijk om de eer uiteraard. Prettige bijkomstigheid is dat je een maand lang vrij kunt drinken in café ‘Om de hoek’. Inderdaad om de hoek, stamkroeg van het hotelpersoneel. Er staat dus best wel wat op het spel.

‘Wat is het meid? Hoop je nog gauw effe te kunnen scoren deze maand? Doe geen moeite hoor, mop. Ik heb iets briljants gevonden. Die top je niet meer vandaag.’
‘Wie zegt dat ik al niet iets briljants gevonden heb?’ bluf ik.
‘Nee wijffie, net zoals dat kunstbeen van je zeker. Nou, mijn bruidsjurk versloeg ‘m met gemak.’
Ik knarsetand wat. Ik dacht toch echt dat ik met dat kunstbeen van vorige maand aardig safe zat.
‘Enne, wat was het daarvoor ook al weer? Oh ja, een schildersezel. Ik vergis me niet hè? Nee ook dat was geen partij voor mijn vondst.’
God, opgeblazen kikker, z’n borst is aan het opzwellen als ie zo praat. Ik weet weer precies waarom ik deze ronde zo graag wil winnen. Ik trek zo’n gesprek niet nog een maand.
‘Een slagersmes, zo’n grote,’ pocht hij, zijn handen zeker 40 centimeter bij elkaar vandaan houdend en trekt daarna weer een klemmend laatje met veel geweld open.

‘Godverdegodver, pokkezooi! Je kunt me wat. Ik stop er mee. Laat dat joch maar iets anders knuffelen.’
‘Maar we kunnen die knul toch niet… Hebbes,’ zeg ik als ik de knuffel weggefrot in een hoekje zie liggen. Ik verdenk Hans van een sterk staaltje tijdrekkerij, volgens mij speelt hij wel vaker vals in deze competitie. Ik heb hem er helaas nog nooit op betrapt.
‘Oh, enne wijffie, kom nou niet weer met een lullig pruikie aanzetten,’ hij refereert aan een complete Marie Antoinette coiffure die ik ooit aantrof, zo ‘lullig’ was dat ding niet. ‘Denk voor vandaag groter, en harder’, dit laatste gaat gepaard met een smerige grijns.

Comment

There is no comment on this post. Be the first one.

Leave a comment