Het antwoord (deel 1)

Het is wederom een glorieuze dag. Één van geen spatje wolk aan de lucht en een zacht briesje vanuit zee.Éen van strandstoelen op wit zand en een cocktail binnen handbereik. Toch lukt het haar niet te ontspannen. Het gevoel van ondankbaarheid ligt als een zware steen op haar maag; Thea heeft haar hier juist mee naar toe genomen om wat ‘te relaxen meid, dat heb je wel verdiend’. Maar dat wil gewoon niet lukken. Het onderwerp wat ze al zo’n 35 jaar met zich mee zeult, waar ze mee op staat en mee naar bed gaat laat haar ook hier niet los: Johan.

Ze leerden elkaar kennen op de HBS. Weemoedig denkt Helen terug aan de klas van ’55. Er is dat jaar veel gebeurd. Ze was lid van de roeivereniging  en waren dat jaar Nederlands kampioen geworden. Ze sloot een levenslange vriendschap met Thea, haalde goede cijfers en was een van de populairste  meisjes. En ze kreeg voor het eerst belangstelling voor jongens. Het was echter niet Johan die haar opviel maar zijn beste vriend Hans, stoer en gevoelig, sterk en teder tegelijk. Johan en Hans waren onafscheidelijk, altijd bezig met het opvoeren van brommers, later met het prutsen aan auto’s.  Helen heeft nooit aan Johan durven opbiechten dat het Hans was aan wie ze haar maagdelijkheid verloor. Waarschijnlijk uit een soort van schaamtegevoel want uiteindelijk wonnen de motoren en taande zijn belangstelling voor haar.
Helen zucht de stille vernedering en neemt een slok van haar psychedelisch gekleurde drankje. ZOET! Snel zet ze het glas weer neer.

Nee, de vonk met Johan sloeg pas jaren later over toen hij na een ernstig motorongeluk op de intensive care werd gebracht, waar zij werkte als verpleegster. Alsof ze al de loze tussenliggende jaren moesten inhalen zijn ze snel getrouwd, hij strak in pak, zij in het wit, verder niet al te veel poespas. Helen was zielsgelukkig. Zij hield van Johan en hij van haar. Oké, in de slaapkamer werd het al spoedig stil, maar Helen weet dit aan de drie kinderen die snel na het huwelijk gekomen waren en aan zijn veeleisende  baan als afdelingshoofd bij een grote bank. Ze gaf ruiterlijk toe dat zij als huisvrouw wat slonziger werd, terwijl ze wist dat hij uiterlijk vertoon en status belangrijk vond. Maar je kon nu eenmaal niet alles hebben in het leven, en ze ging weer verder met de waan van alledag.

Tot die ene fatale dag; de eerste  dag van het jaar, na een lange grauwe winter waarop je voor het eerst de lente kon ruiken. Johan was gaan zeilen met Hans en overboord geslagen. Duikers en dreggen mochten niet baten, Johan bleef spoorloos. Spoorloos. Haar Johan. Ze kan de woorden nog bitter proeven op haar tong. Daar stond ze dan, als een halve weduwe met drie opgroeiende kinderen en een huishouding te runnen. Met behulp van familie, vrienden, buren en uiteraard Thea redde ze het wonderbaarlijk. Schouders eronder en gaan… is haar lijfspreuk.
Hans kwam in het begin nog wel regelmatig langs. ‘Afkoop van zijn schuldgevoel’ zei Thea altijd. Hij was tenslotte bij het bewuste ongeluk geweest en had het wél overleefd.

De jaren verstreken. De kinderen groeiden op tot evenwichtige volwassenen, werden zelf mama’s en papa’s. En in het beeld in de spiegel verschenen rimpels en grijze haren. Er was nog steeds genoeg te doen, de dagen bleven gevuld. Een constante factor in het geheel was de gedachte aan Johan, hoe het nu was. Hoe het geweest had kunnen zijn.

Comment

There is no comment on this post. Be the first one.

Leave a comment