De toetsenbord ridder

Ik ben een simpel mens. Geef me een goed glas wijn, de aandacht van een vrouw en de gelegenheid om te schrijven en het is al snel goed.
Ooit was dat heel anders, was ik het haantje. De jager. Als colporteur van encyclopedieën kwam ik overal. Vaak overdag dus was het veelal de vrouw des huizes die open deed. Ik zag er gelikt uit, haren achterover gekamd, strak in het pak. Vlotte babbel. Ik durf uit eigen ervaring wel te stellen dat een goed pak erotiserend werkt op de vrouwtjes. Ik noemde het indertijd ook wel gekscherend ‘mijn uniform’.
Ik had het goed voor elkaar; in elk stadje een ander schatje en verdiende daar nog een behoorlijke boterham mee ook. Tot internet zijn vlucht nam. En met die democratisering van informatie werd de encyclopedie volledig overbodig. En daarmee ook mijn baan.

Ik kwam thuis te zitten. Mijn vrouw Eline en ik moesten erg aan elkaar wennen. Al rap was ik haar dagelijkse gezeur over snel een nieuwe baan vinden meer dan zat. En sloot mijzelf op in de studeerkamer om te werken aan een langgekoesterde droom: het schrijven van een roman. Na een jarenlange carrière tussen de letters en woorden bedacht ik me dat me dat toch eenvoudig moest afgaan.
Uren, dagen, maanden noeste arbeid resulteerden in een lijvig manuscript waar je ‘u’ tegen zei. Reve en Mulisch konden wel inpakken, ik zou hét nieuwe Nederlandse talent worden, daar was ik heilig van overtuigd.
Eerst nog verbaasd en teleurgesteld maar al snel geïrriteerd ontving ik telkens weer een afwijzing van een uitgeverij. Als dinosauriërs uit de oudheid, die de tijdgeest niet meer herkend, snapten ze me niet.
Via een oud collega die redacteur bij een onbeduidend uitgeverijtje was geworden lukte het dan toch mijn script gedrukt te krijgen.
Het moment dat ik daadwerkelijk mijn boek in handen kreeg overtrof alles. Dit was hét nieuwe meesterwerk.

Maar ook het publiek was nog niet toe aan mijn innovatieve schrijfstijl en al gauw kwam het boek in de Ramsj te liggen. Eline kon het niet laten mij er fijntjes op te wijzen dat het niet bij de literatuur stond, maar bij sectie humor. Ze vernederde mij tot op het bot door mijn boek te vergelijken met K3; ooit opgericht als serieuze meidenband, traden ze nu op voor overvolle zalen peuters en kleuters.
Kuttekop!

Ik sloot me nog vaker dan voorheen op in mijn kamer. Richtte me op mijn Nemesis, internet. Gaf me over aan de schimmige wereld van online daten en chatsites. De aandacht die ik zo verkreeg was me eigenlijk te platvloers, maar dat werd gecompenseerd door een glas goede wijn. Of twee, drie.
De hunkering naar echte aandacht en adoratie bleef echter kriebelen. En toen ik van mijn zoon iets vernam over Social Media, Twitter, Facebook dat soort fenomenen ben ik me daar eens in gaan verdiepen. Ik was aangenaam verrast, geen schuilnamen maar échte mensen.
Ik ging bovengronds en meldde me aan op Facebook, nodigde een paar mensen uit het verleden uit om mijn vriend te worden, waaronder Angelina.

Ach Angelina. Menig stijve is aan haar te danken. Mooi en bloedgeil, in het echte leven behoorlijk getrouwd met de bovengenoemde ex collega, maar in de virtuele wereld broeide het hevig tussen ons.
Ze is schrijfster, redelijk succesvol ook nog. Geïnspireerd en vol bewondering voor haar stukken begon ik ook weer met schrijven, ik voelde me gesteund door haar enthousiaste aanmoedigingen.
Tot ik haar mijn nog niet voltooide manuscript toestuurde voor wat welgemeende feedback. Een hele stap gezien het vorige debacle. Ik kwam van een koude kermis thuis. Niets, totaal geen reactie. Ze negeerde mij en mijn levenswerk compleet. Maar ondertussen wel zelf doorschrijvend en leuk commentaar gevend op stukjes van twee vriendinnen van haar. Die ik ook begon te lezen. Uiteraard haalden ze het niveau van Angelina niet, maar waren duidelijk uit het hart geschreven. Angelina was altijd vol lof en ‘vind ik leuk’ werd veelvuldig gebruikt.

Ik werd steeds nijdiger. Mij negeren, maar wel reageren op deze flutstukjes? Toen op een avond Bachus mij gezelschap had gehouden verzon ik een manier om reactie van haar te krijgen. Verslaafd aan haar aandacht en aangeschoten door de wijn waagde ik een poging bij een stukje waarbij door iemand als commentaar was geschreven: ‘snap ik niet?’ Voorzichtig plaatste ik er onder dat ook ík er kop nog staart in kon ontdekken. Een volgend commentaar volgde al snel, van een wijsneus die er wel een vorm in meende te herkennen. Woest was ik toen hij bijval kreeg van Angelina zelf. Dát was niet de bedoeling geweest.
Na nog een glas wijn, oké fles ging ik pas echt los. De afgunst dat deze ‘schrijfster’ wel aandacht kreeg van mijn Angelina en ik niet, gutste door mijn aderen en liet het gif in vorm van woorden uit mij stromen: Prutstukje. Achterlijke nieuwigheid. Hoogdravendheid ten top en nietszeggende flauwekul waren ongeveer de strekking.

Het werd akelig stil.
Maar de dam was doorgebroken.
In de daarop volgende weken plaatste ik nog meer venijnig commentaar, soms kwam er reactie, even zo vaak ook niet.
Ik ging stug door, het spuiten van valse commentaren was als opium zo verslavend. Geestverruimend voor mijn door jaloezie benevelde brein.
Op een avond ging de telefoon. Angelina. Eindelijk, ik had haar onverdeelde aandacht. Enthousiast nam ik op.
Of ik ogenblikkelijk wilde stoppen met mijn commentaar, dat werd niet op prijs gesteld. Sterker nog, het was grensoverschrijdend. Verbijsterd hing ik op.

Een goed glas wijn, de aandacht van een vrouw en af en toe wat te schrijven.
Ik ben een simpel man.

Comment

There is no comment on this post. Be the first one.

Leave a comment