De dag dat Oscar introk (deel 2)

Ik keek om me heen in de kamer die ik van haver tot gort kende, had ‘m zelfs vanochtend nog schoongemaakt. Alles leek nog op zijn plek te liggen, alleen een ongeopende koffer naast de kledingkast was bewijs dat Naomi hier verbleef.
‘Stelt het je teleur?’ vroeg ze me.
‘Hoe bedoelt u?’, stevig in de verdediging.
‘ Nou, dat je iets meer decorum had verwacht, een glazen bol, kaarsen, kippenbotjes, dat soort werk?’
‘Kaarsen mogen niet meer sinds de brand van ’89 en skeletten stellen we ook nooit zo op prijs.’
Naomi glimlachte.
‘Nee, natuurlijk niet. Wierook wel?’
Ze liep richting bureau.
‘Nou, als het u niet uitmaakt, liever ni..’
‘Ah, astma hè?’
Ze sloot de bureaula weer en wees naar het tafeltje in de hoek van de kamer.
‘Ga maar lekker zitten, dan gaan we beginnen.’
Ik ging zitten zonder verder tegensputteren, enigszins onder de indruk, over mijn astma had ik niets verteld.

Naomi kwam tegenover me zitten, leunde wat voorover en nam mijn beide handen in die van haar, ze waren warm.
‘Het zit je dwars hè?’
Ik trok een onnozel gezicht.
‘Wat zou me dwars moeten zitten?’
‘Dat je hier bent, dat ik je overtuigd heb om te komen.’
‘Hà! Niemand heeft mij overtuigd, ik ben hier omdat ik dat zelf wil.’ Ja, geloof je het zelf!
Naomi schudde haar hoofd.
‘Nee, je wilt dit niet zelf, daarvoor overheerst angst.’
‘Angst? Waarvoor? Ik? Welnee. Heeft u zelf wel eens in een hotel gewerkt, dronken toeristen, grijpgrage zakenlui. Dan ben je nergens meer bang van hoor.’
‘Dat soort angst bedoel ik niet’, zei ze zacht en priemde haar ogen diep in die van mij.
‘Angst voor wat je niet kán zien en niet uit kúnt leggen.’
Godsamme, daar waren die kriebels weer.
‘Nee hoor, ik ben écht niet bang.’ probeerde ik nog, maar faalde zo te zien jammerlijk. Naomi zat zachtjes met haar hoofd te schudden.
‘Jawel je bent doodsbang. Bang dat ik je laat zien wat je altijd gevoeld hebt. Bang dat je niet meer kunt ontkennen dat er iets of iemand aanwezig is in jouw nabijheid zonder stoffelijk omhulsel.’ Ze keek me vorsend aan. Ik probeerde de blik te retourneren, keek toen maar naar mijn handen die nog steeds in de hare lagen. Ze trilden.

Na een korte aarzeling zei ik: ‘ Op dit moment ben ik eigenlijk alleen maar bang voor u.’ Dat was de waarheid, ze kwam me veel te dichtbij. Te dichtbij bij een geschiedenis die ik liever vergeet en diep wegmoffel.
‘Vertel me dan, wat is het geweest dat je zo bang maakt. Vertel me, dat lucht op.’ Haar stem klonk hypnotiserend, mijn weerstand wegvegend.
Diep ademhalend legde ik mijn hoofd in mijn handen. ‘Oké dan maar’, en ik begon te vertellen. Over een verhaal van lang geleden. Een verhaal dat ik nog nooit met iemand gedeeld heb. Ik begon, en hield voorlopig niet meer op.

Comment

There is no comment on this post. Be the first one.

Leave a comment