De dag dat Oscar introk (deel 1)

Met bonkend hart en klamme hangen klopte ik op de deur van kamer 57. Dit voelde niet goed, waar was ik in hemelsnaam mee bezig. Binnen hoorde ik iemand stommelen en daarmee vervloog de hoop dat ze niet aanwezig zou zijn. Ik merkte dat ik onrustig van de ene voet op de andere wipte en hield daar abrupt mee op; Naomi hoefde niet te zien hoe zenuwachtig ik was.
De deur ging open, er was niets te bekennen van hetgeen ik me had voorgesteld, geen lagen ruisende rokken en geen enorme oorringen. In plaats daarvan een keurig bloesje en blazer op een spijkerbroek. Hmm, ergens was ik toch wel teleurgesteld.
‘Kom binnen,’
‘Niet zo aarzelend, ik bijt niet.’ Mijn nekhaartjes gingen overeind staan bij de ondertoon van die opmerking.
‘Weet ik ook wel.’ zei ik iets venijniger dan de bedoeling was, waarschijnlijk was ik nog steeds pissig dat ik me had laten ompraten met één enkel woord, één enkele naam.

Naomi logeerde voor een paar dagen in hotel Eden vanwege de paranormale beurs in de stad, op verzoek van een goede vriendin had ze een stand gehuurd. Normaal gesproken deed ze dat nooit, ze vond de beurs meer iets voor amateurs, maar ze was haar vriendin nog wat schuldig.
Mijn collega Mia was dolenthousiast over haar verblijf, ‘Oh, ze is de beste in haar vak, altijd volgeboekt. Ik hoop dat ik ooit een sessie van haar mag bijwonen, of een seance, dat is haar specialiteit, praten met mensen die zijn overleden.’ Mia ratelde nog even door, mij interesseert het allemaal niet zo, dus het fenomeen Naomi al helemaal niet. Als ze maar uit mijn buurt bleef met dat zweverige gedoe.

Ze liep mij echter al snel tegen het lijf in het trappenhuis en ze gaf me vanaf het allereerste begin de kriebels. Niet die heerlijke prille-verliefdheid-vlinders, meer het gevoel alsof een kolonie mieren langs je ruggengraat marcheert. Naomi keek me aan en zei: ‘Kom morgenavond even bij me langs.’ Pardon, wat kregen we nu? Ik wilde haar net vertellen dat ik daar helemaal niet van gediend was toen ze vervolgde met ‘Ik wil met je over Oscar praten.’
Ik slikte mijn woorden in, voelde al het bloed uit mijn gezicht wegtrekken.
‘Mooi, dan zie ik je morgenavond om acht uur. Tot dan.’
Voordat ik ook maar iets kon uitbrengen was ze al verder gelopen, de trap op.
Oscar, het magische woord.

Comment

There is no comment on this post. Be the first one.

Leave a comment